Auti

18 August, 2009 | Frans | 2 reacties

“Oh Irene, je bent een ontzettend leuk wijf, wist je dat!?”

Mijn collega, nog nahikkend van het lachen, slaat ruimhartig zijn arm om Irene heen en geeft haar een stevige knuffel. Irene lacht een beetje schaapachtig en wurmt zich los.
Niet al dat gefriemel.

Ze merkt dat haar droge, directe opmerkingen regelmatig lachsalvo’s van begeleiders en andere cliënten veroorzaken, maar het waarom ontgaat haar vaak een beetje.

Niet dat ze het erg vindt, dat lachen – integendeel. Ze ontdekt dat bepaalde opmerkingen een hoop vrolijkheid teweeg kunnen brengen, en herhaalt die opmerkingen dan te pas en te onpas, met een ondeugende glimlach op haar gezicht. Maar ja, na twintig keer is het niet meer leuk, en wordt er niet meer gelachen. Want het zijn nou juist die spontane, in een vreemde context geplaatste uitspraken, die onze kaakspieren in beroering brengen.

Helaas zijn op de groep de lachsalvo’s zeldzamer dan de uitingen van irritatie. Irene is een paar maanden geleden bij ons komen werken en de andere cliënten moeten nog steeds aan haar wennen. Want Irene is anders. Een beetje vreemd. Soms grappig. Maar meestal irritant.

Irene praat luid, vraagt de oren van je hoofd én ze zit voortdurend aan je spullen.

“WAT EEN MOOIE PEN! MAG IK DIE HEBBEN!?”
“WAAROM NIET!?”
“WAT GA JE ER MEE DOEN DAN!?”
“ALS JE KLAAR BENT MET SCHRIJVEN MAG IK HEM DAN HEBBEN!?”
“WAAROM NIET!?”

De laatste tijd gaat het wat beter. De cliënten beginnen te begrijpen dat Irene een meid is met een Chinese gebruiksaanwijzing. En dat ze het allemaal goed bedoelt. Maar het is wel nodig dat er een begeleider in de buurt is om de sociale interacties een beetje in goede banen te leiden. Of beter gezegd: op tijd af te kappen.

Voor Irene zal het allemaal een zorg zijn. Die pakt gewoon haar koffie, en duwt daarbij de rij wachtenden voor het koffiezetapparaat opzij. Wat doen al die mensen hier, zo kan ik toch niet bij de koffie? En als ze een koekje wil, pakt ze de koekjestrommel. Oók als iemand anders die al vastheeft. Waarom begint Anna opeens zo tegen me te schreeuwen?

“SORRY, ANNA! SORRY HOOR!”

De mensen om je heen doen raar, ze zeggen dingen die ze niet menen, ze stellen je voortdurend voor raadsels en ze worden op de meest onverwachte momenten boos.

Maar als je ’sorry’ zegt, komt het meestal weer goed.

Niet voor kinderen

30 July, 2009 | Frans | 1 reactie

stb1-20090730-600

Vrijdag Wasdag

24 July, 2009 | Frans | Reageer

Op de camping, bij de snackcorner.

Dame 1: “Wisselvallig weertje he!”
Dame 2: “Ja, ik heb m’n paraplu meegenomen maar ik had ‘m geloof ik net zo goed in de tent kunnen laten liggen, haha!”
Dame 1: “Ja hahaha, inderdaad!”
Dame 2: “Maar we mogen niet klagen.”
Dame 1: “Wat u zegt, het is heerlijk zo.”
Dame 2: “Precies. Beetje regen, beetje zon.”
Dame 1: “Alleen met het drogen van de was is het wat lastig.”
Dame 2: “Och meid ja, het is geen beginnen aan, hahaha!”
Dame 1: “Heb je net alles buiten de tent te drogen, ja hoor, gaat het weer regenen. Ik ben vandaag de héle dag bezig geweest – was buiten, was binnen, was buiten, was binnen … vreselijk gewoon!”
Dame 2: “Haha, ja ik weet er alles van! Oh, daar is m’n patat, nou prettige avond hoor.”
Dame 1: “Ja, eet smakelijk.”

Vanmorgen scheen de zon

23 July, 2009 | Frans | 2 reacties

Soms kunnen dingen net even iets anders lopen dan je je had voorgesteld. Zoals deze ochtend, als de zon schijnt en we besluiten met z’n vieren erop uit te gaan.

Vanaf onze trekkershut is het zo’n zes kilometer fietsen naar de Lemelerberg, een adembenemend mooi natuurgebied waar we heerlijk kunnen wandelen met dit prachtige weer.

Onder het fietsen naar onze bestemming verdwijnt langzaam de zon. Het kan de pret niet drukken: de zachte, warme miezerregen maakt het nevelige uitzicht over het heuvelachtige landschap alleen maar meer idyllisch. En m’n zus en neefjes hebben hun regenjassen bij zich, en ik m’n paraplu, dus als het nodig is zijn we op alles voorbereid. Onderweg nog snel even wat krentebollen en ander proviand halen bij de plaatselijke Super. We zijn er helemaal klaar voor.

We zetten onze fietsen neer bij het begin van de wandelroute, als het iets harder begint te regenen. Oh, we zijn trouwens onze rugzak vergeten. Nou ja, dan moeten we onze drinkflesjes, krentenbollen en mueslirepen maar even zo in onze hand houden. Wel wat onhandig met die paraplu, maar ja. Oh, nog even opletten – we moeten de blauwe wandelroute volgen. Volgens het bordje is die twee kilometer lang en zullen we over een minuut of dertig weer bij onze fietsen terug zijn.

Even later stort de regen met bakken tegelijk uit de hemel. Mijn paraplu werkt averechts, want die doseert steeds een ferme straal water met vernuftige precisie op mijn korte broek, blote kuiten en inmiddels soppende schoenen. Dus die kan net zo goed weer dicht.

En als je denkt dat je dan zo’n beetje alles gehad hebt, komen de steekvliegen. Niet een paar die toevallig een beetje gezellig rondzwieren, maar hele zwermen die direct tot de aanval overgaan. Tja. Gietende regen, verlaten heidevelden: dan heb je snel honger, als steekvlieg.

Soppend, mopperend en snel krentenbollen naar binnen werkend – dan heb je tenminste je handen vrij om die vliegen weg te slaan – lopen we in soldatenmars van het ene blauwe paaltje naar het andere. Dertig minuten? Die twee kilometer doen we in een kwartiertje, geen probleem. Het adembenemende uitzicht trekt adembenemend snel aan ons voorbij.

Terug bij de fietsen gekomen is er nog een keuze te maken: blijven we hier even onder dit afdakje wachten tot het wat minder hard regent of trekken we direct een ferm sprintje naar huis? Laten we dat laatste maar doen. “Natter kunnen we toch niet worden.”

Oh ja hoor, dat kan best. Doorweekt en verkleumd komen we zo’n drie kwartier later weer bij onze trekkershut aan. En terwijl we ons binnen omkleden begint buiten de zon te schijnen.

Tiago vat het uitstapje nog even samen. “Wie is het met mij eens, dat het ondanks de regen, toch een heel gezellige dag was?”

Natuurlijk heeft hij meer dan gelijk. Maar op dit moment heb ik even geen zin om dat toe te geven.

De omgekeerde wereld

17 July, 2009 | Frans | 5 reacties

“X.Y.Z., met Anja!”.
“Eh ja … oh .. hallo, met Frans. Eh … met Frans, uit … eh … uw nummer stond op mijn nummermelder.”
“Oh ja, dat kan. Dan heeft één van mijn collega’s u gebeld.”
Korte stilte.
“Dat ging over de rente van uw [blabla] polis.”
“Over mijn wat? Oh .. eh .. is er iets aan de hand?”
“Nou meneer (zucht, ik zal het wel even uitleggen), wij kunnen u een 5 procent lagere rente aanbieden.”
Weer een stilte.
“Oh nou, daar heb ik eigenlijk niet zo’n interesse in, als ik heel eer…”
“Prima, ik zal het doorgeven. Prettige avond verder.”
“Ja … eh … prettige avond.”

Klik.

Zei je wat?

10 July, 2009 | Frans | 9 reacties

Een mooie stem hebben is een zegen. Goed articuleren een kunst. Kun je beiden combineren, dan luisteren mensen graag naar je.

Als mensen aan zangtraining doen, hoor je dat vaak al aan hun manier van praten. Tenminste, dat lijkt sterk het geval bij een kennis van mij. Als zij praat, spreekt zij niet alleen perfect elke letter van een woord uit, maar ook valt er qua intonatie, klank en ademhaling gewoonweg geen speld tussen te krijgen. Ze stottert nooit, verspreekt zich niet en hapt nooit naar lucht. Irritant bijna, zo perfect. Ik weet het zeker: als zij op zondagmorgen – na een avondje doorzakken – met een kater wakker wordt, klinken haar eerste woorden nog steeds alsof ze ieder moment in een aria kan losbarsten.

Zelf kan ik zingen tot de buren de politie bellen, maar veel zal het niet uithalen; ik heb al van kinds af aan de neiging binnensmonds te praten en lettergrepen weg te slikken. En mijn ademhaling deugt niet. Als ik bijvoorbeeld mijn antwoordapparaat moet inspreken, doe ik dat een stuk of 25 keer opnieuw. Reden: ik krijg ‘au-to-ma-tisch-ant-woord-ap-pa-raat‘ mijn strot niet uit. Echt waar. Het lukt gewoon niet.

[PIEP] :D “Hallo, dit is het automatisch antutapparaat van Frans. Ik ben er niet, maar als je na …”
[PIEP] :-) “Goeiedag. Je bent verbonden met het automatisch antwoordappaat van Frans. Momenteel ben ik niet ……”
[PIEP] :? “Hoi! Dit is het anntwwoooorrdappaaarrraaat van Frans! Spreek na de toon …”
[PIEP] :x “Hoi met Frans! Ik ben er niet! Spreek je bericht in!”

Als je praat, wil je natuurlijk begrepen worden. En goed articuleren is een kunst, maar goed verstaan is dat zeker ook.

Dat blijkt maar weer als ik op mijn werk de gesprekken probeer te volgen tussen verschillende cliënten. Ik kan me dan oprecht verbazen. Over de kunst van het slecht articuleren, maar vooral over de kunst van het toch goed verstaan.

“I’b noh eeh nuw hooie lafflam itte getan.”
“Oh egtaar? Ikkok!”
“Heiokk? Heihettok meffiffele stah?”
“Neeligtuis. Zallum ogge jeejeemen.”
“Olluk. Ihhib ogh uh fiffele fahmei moehoe meh ei hele fip.”
“Oh, nee kippallee jub lauwe.”
“Oh, uh wlouwe. Hammer … hihihi.”
“Ja! Innahaat, hahaha!”

Iemand goed kunnen verstaan is overigens nog steeds geen garantie voor een wederkerig gesprek. Je moet natuurlijk ook goed kunnen luisteren. En ook dat is een kunst.

“Tante Ans is jarig vandaag.”
“Ik ga vanavond barbequen, bij oom Kees en tante Lia.”
“Nee, t… t… tante Ans. Tante Ans is jarig.”
“Jarig? Nee hoor, zomaar. Barbequen. Heb er wel zin in.”
“Ja, héél veel zin in. Lekker taart eten.”
“Nee, geen taart. Vlees. Hamburgers enzo. En worstjes.”
“Ja worstjes … en b… b… blokjes kaas. Ik mag lekker opblijven tot t… twaalf uur.”
“Misschien. Maar ik moet morgen wel werken natuurlijk.”
“Gelukkig niet. Morgen lekker vrij.”
“Vrij? Nee, was ‘t maar waar. Ik moet gewoon werken hoor.”
“Tante Ans is nu d… d… drieënvijftig.”
“Oh leuk. Als het nou maar niet gaat regenen vanavond.”
“Vanavond f… f… feest.”
“Ja vanavond, ja. Barbequen.”

Een verstandelijke beperking, een snufje Down bij de één en een wolkje ADHD bij de ander. Deze dames voelen zich in elk geval altijd begrepen.

Lijkt me heerlijk.

Knal

5 July, 2009 | Frans | 11 reacties

Ik ben gek op kleuren. Dat zou je niet zeggen als je hier op deze site rondsnuffelt, maar toch is het zo. Ik hou namelijk van kleur, maar óók van ruimte en overzicht, vooral op mijn blog. Volgens ingewijden vermoedelijk ter compensatie van de ongelofelijke bende bij mij thuis, maar dat terzijde. Daarnaast kan ik moeilijk kiezen. Niet voor één bepaald onderwerp of aangewezen doelgroep, noch voor een daarbij passend kleurenpalet. Dus hou ik het bij een neutraler design. Staat het in elk geval mooi zwart op wit.

Aan mijn kleding zie je het trouwens ook al niet. Dat heeft dan weer te maken met het idee dat zwart – en donkere, neutrale kleuren – mij het beste staan. Of dat echt zo is weet ik niet zeker, maar als ik eens in een gekke bui iets knalgeels of -groens aantrek, denk ik dat ik er minder goed in uitkom. Maar dat kan ook tussen mijn oren zitten.

Eigenlijk zou ik het eens aan die vriendin moeten vragen. Ze predikt al geruime tijd het Evangelie des Kleurentypes. Compleet met voor-en-na verhaal:  ‘vroeger was ik altijd chagerijnig als ik kleren moest kopen, maar nu …’   De beste meid gaat sindsdien niet meer winkelen zonder haar kleurenwaaier. Ik hoop oprecht dat ik nooit met haar mee hoef. Toch, eerlijk is eerlijk: ze is er bepaald niet op achteruit gegaan.

Maar zelf loop ik dus bijna altijd in het donker. Blauwe spijkerbroek en zwarte of neutraal gekleurde blouse, shirt of trui. Als er dan per ongeluk een gekleurd streepje ergens op zit, schijnt dat meteen op te vallen. “Hee Frans, wat een leuke blouse heb je aan. Nieuw?” En als ik eens helemaal uit de band spring en met een paars shirt of rode blouse op mijn werk verschijn, reageren de cliënten alsof Frans Bauer himself binnen is komen wandelen. Het is feest vandaag, want Frans heeft iets gekleurds aan.

Toch zie ik mezelf niet bepaald als een grijze muis, en vanmiddag ben ik de stad ingelopen – het is koopzondag in Rotterdam – met in mijn achterhoofd de boodschap: doe eens gek.

Als ik dan de V&D binnenwandel, lijkt het wel alsof ik uit een winterslaap ben ontwaakt. Het was me blijkbaar nog niet opgevallen, maar knalroze en turquoise schijnen erg in te zijn. In elk geval op de mannen-afdeling van de V&D. En plotsklaps is daar dat bekende, onverklaarbare fenomeen: ik kijk om me heen en zie alleen nog maar mannen met roze broeken en turquoise shirtjes lopen. Ben ik aan het hallucineren? Ik moet echt moeite doen om een kerel tegen te komen die niet iets roze of turquose draagt.

Er komt een vent van in de dertig de kofferafdeling aflopen. Met twee grote reiskoffers. En jawel, de ene koffer turquoise, de andere roze. Niet een beetje roze-achtig, niet paars, nee. Knálroze. Een kledingpop draagt een turquoise shirt, met een roze jasje eroverheen. Aan zijn schouder hangt een grote, papieren V&D tas: knalroze.

En ik denk: gatver! En dan: dat zou ik nooit aantrekken. En dan: je moet het wel durven, natuurlijk.

Onderweg naar huis slenter ik langs de waterkant. En ik loop daar iedere dag langs, maar nu zie ik ze pas: grote, lange bloemtrossen, vlak langs de sloot. En die zijn heel erg roze.  Zo roze, dat ik van schrik even blijf staan. Zelfs de natuur volgt de laatste mode. Ik mis alleen nog wat turquoise accenten.

Morgen is het weer maandag. Ben benieuwd hoe ze reageren, op dat knalroze shirt. Helaas hadden ze die turqoise blouse niet in mijn maat.

Van het huis, de vrouw, en de man die bleef staan kijken

1 July, 2009 | Frans | 12 reacties

Met een rugtas vol boodschappen slenter ik op huis aan, als onderweg mijn aandacht wordt getrokken door een dame die bij een huis naar binnen staat te turen. Ze staat vlak voor het raam, en houdt één hand boven haar ogen tegen de felle zon. Met haar andere hand houdt ze een tasje vast. Onderwijl inspecteert ze aandachtig de binnenboel. Niet thuis? Terwijl ik naderbij kom, neemt ze een paar stappen afstand. Ze beweegt haar hoofd langzaam heen en weer, alsof ze binnen iets probeert te ontwaren wat ze niet goed kan zien. Dan kijkt ze naar de ramen erboven. Jammer, maar ze zijn er écht niet, mevrouw.

Ze doet een beetje vreemd. Terwijl ze op haar hoge hakken met kleine, snelle stapjes heen en weer trippelt, kijkt ze afwisselend naar het ene, dan weer naar het andere raam. Dan loopt ze de stoep af, om vervolgens midden op straat weer verder te gaan met haar inspectie, onderwijl om zich heen kijkend om langsrijdende auto’s te ontwijken.

Terwijl ik haar passeer werp ik snel een blik naar binnen. Een huiskamer. Niets te zien. Ik loop door, maar kan het niet laten me een eindje verderop om te draaien. En te blijven staan.

Mevrouw staat inmiddels aan de overkant en is maar aan het turen en turen. Ze steekt opnieuw de straat over, en dan zie ik dat ze een sleutelbos in haar handen heeft. Woont ze daar? Ze belt verder niet aan, maar kijkt weer door het raam naar binnen, en loopt dan voor de tweede keer naar de overkant. Ik weet niet precies waarom, maar op de een of andere manier doet het hele tafereel me wat vreemd aan.

Hallo Frans, doe even normaal. Loop door. Tja, het leven gaat verder, en zo ook mijn boodschappentocht richting huis. Maar natuurlijk, dwangmatig als ik ben, moet ik aan het einde van de straat toch nog wel even een keer omkijken voor ik de hoek om ga.

En dan staat er opeens een trapje voor het huis. En zie ik dezelfde dame door de deur naar buiten komen. Met een emmer, en iets dat lijkt op een trekker.

Want dat het midden op de eerste dag van juli gewoonweg bloedheet is in de brandende zon, daar wil mevrouw niets van weten.

Die ramen, die moeten schoon.

Nieuw stofje

28 June, 2009 | Frans | 36 reacties

Niets is zo veranderlijk als een mens. En hoewel ik best tevreden was over het layout van mijn stoffig blogje op web-log.nl, had ik toch al een tijdje een ‘ander plaatje’ in mijn hoofd. Dus heb ik me daar wat zitten afprutsen om de layout in overeenstemming te brengen met dat ‘andere plaatje’.

Gelukkig kun je dit bij web-log.nl eerst achter de schermen doen, voor je het publiceert. Anders zou menig vaste bezoeker in geestelijke vervoering worden gebracht door de hoogst afschuwelijke kleuren- en lettertypecombinaties die gedurende de afgelopen weken door mijn toedoen langs kwamen vliegen. Nu was het slechts ikzelf die hoofdpijn kreeg van mijn eigen gepruts.

Maar van publiceren is het nooit gekomen. Want het lukte me niet. Web-log.nl heeft zijn beperkingen, al kun je aardig ver komen waar het de layout betreft. Wat ik ook probeerde, het was het gewoon ‘net niet’.

Ik ben toen wat aan het experimenteren geslagen bij wordpress.com. Daar was ik vroeger al vaker geweest, maar kreeg altijd spontaan adhd-aanvallen als ik alleen al het control panel aanschouwde.

Er is namelijk een belangrijk verschil tussen web-log en wordpress.

Bij web-log.nl zeggen ze: “Je hoeft niets te snappen van html, css en webdesign, want we hebben alles al voor je geregeld. Je hoeft alleen maar te klikken en te schuiven, en alles komt goed. Oh wacht … wát wil je veranderen? Nee sorry, dat kan helaas niet bij ons.”

Bij wordpress gaat dat ietsje anders. “Ja hoor, bij ons kan dat allemaal wel. Ga je gang. Nee, je moet het helemaal zelf doen. Nou, je komt er verder wel uit, he? Succes ermee.”

Tja, en wil je dan echt helemaal alles naar je hand kunnen zetten, dan kun je beter meteen naar wordpress.org gaan en de hele boel op een eigen domein installeren. Bijvoorbeeld op – ik zeg maar wat – stoftotbloggen.nl of iets dergelijks. Maar van zulke dingen heb ik echt helemáál geen kaas gegeten.

Gelukkig heb ik dan wel nog die zus, en die is dol op kaas. Maar ja, als webdesigner-voor-het-echie heeft ze natuurlijk wel wat beters te doen.

Dus wacht je tot een geschikt moment. Bijvoorbeeld als het mooi weer is buiten, ze het niet te druk heeft met haar werk en het óók nog de 17e dag is van de maandelijkse cyclus.

En dan sla je toe.

Dan kan het zomaar gebeuren dat je die avond met twee laptops en drie verschillende browsers voor je neus aan de telefoon zit. En dan kan het ook nog best half drie ’s nachts worden.

“Nou, ik heb liever één tintje minder rood. Oei, nee, tikkie terug. Kan het iets breder? Hoeveel pixels? Weet ik veel. Drie? Even kijken. Oh .. eh .. doe maar een stuk of 15. Mmmm … nee, iets te breed. Hee wat raar, in Internet Explorer staat het naast elkaar, maar hier in Ubuntu staat ‘t onder elkaar. Hoe kan dat nou? Zeg, kan die lijn daar niet weg? Oh, en misschien wil je die kolom even onderaan zetten in plaats van rechts? Kijken hoe dat staat. He wat? Je hebt geen zin meer? Oh, je wilt gaan slapen. Ja, het is al een beetje laat, ja.”

Natuurlijk zijn we van de zotten. En waarom wil ik het eigenlijk? Een eigen domein, welja. Alsof ik iets te vertellen heb.

Voor die anderhalve bezoeker per dag hoef ik het in elk geval niet te doen. Nou ja, het waren er ook een keer 12, maar toen regende het al drie dagen.

Hoe dan ook, stoftotbloggen.nl is online. Het is – terwijl ik dit schrijf – nog niet helemaal af. Zo kan het zijn dat u in Internet Explorer heel iets anders ziet dan in Firefox, en in IE7 weer iets anders dan in IE8. Het werkt allemaal wel, maar ziet er gewoon anders uit. Verder wordt er now and then nog Engels tegen u gebrabbeld en ik mis bijvoorbeeld mijn categorieën-wolk. Verder moet de … eh … downsidebar beneden nog even flink op de schop.

Komt goed. Ooit.

Maar ik vind het nu al leuk. En ik ben van de straat, zullen we maar zeggen.

Onderuitgezakt op de bank, om preciezer te zijn. Mini-laptop op schoot. Vingertoppen verdoofd door de warmte van het track-pad. En dat allemaal terwijl het zulk mooi weer is. De zon schijnt, notabene. Ik ben echt gek.

Misschien moet ik nu toch maar even buiten gaan spelen.

De Herkenning

20 June, 2009 | Frans | 4 reacties

addiction

Niet alleen heb ook ik meerdere vruchteloze pogingen ondernomen mij enige tijd aan het online leven te onttrekken.

Maar ik moet er dan ook nog mijn hoofd bijhouden om mijn offline wedervaardigheden niet meteen online de wereld in te sturen.

Soms speelt er opeens een muziekje, en dan denk ik: wat hoor ik toch?

Dat is dan mijn vaste telefoon die overgaat.