Vanmorgen scheen de zon
Soms kunnen dingen net even iets anders lopen dan je je had voorgesteld. Zoals deze ochtend, als de zon schijnt en we besluiten met z’n vieren erop uit te gaan.
Vanaf onze trekkershut is het zo’n zes kilometer fietsen naar de Lemelerberg, een adembenemend mooi natuurgebied waar we heerlijk kunnen wandelen met dit prachtige weer.
Onder het fietsen naar onze bestemming verdwijnt langzaam de zon. Het kan de pret niet drukken: de zachte, warme miezerregen maakt het nevelige uitzicht over het heuvelachtige landschap alleen maar meer idyllisch. En m’n zus en neefjes hebben hun regenjassen bij zich, en ik m’n paraplu, dus als het nodig is zijn we op alles voorbereid. Onderweg nog snel even wat krentebollen en ander proviand halen bij de plaatselijke Super. We zijn er helemaal klaar voor.
We zetten onze fietsen neer bij het begin van de wandelroute, als het iets harder begint te regenen. Oh, we zijn trouwens onze rugzak vergeten. Nou ja, dan moeten we onze drinkflesjes, krentenbollen en mueslirepen maar even zo in onze hand houden. Wel wat onhandig met die paraplu, maar ja. Oh, nog even opletten – we moeten de blauwe wandelroute volgen. Volgens het bordje is die twee kilometer lang en zullen we over een minuut of dertig weer bij onze fietsen terug zijn.
Even later stort de regen met bakken tegelijk uit de hemel. Mijn paraplu werkt averechts, want die doseert steeds een ferme straal water met vernuftige precisie op mijn korte broek, blote kuiten en inmiddels soppende schoenen. Dus die kan net zo goed weer dicht.
En als je denkt dat je dan zo’n beetje alles gehad hebt, komen ze plots tevoorschijn: steekvliegen. Niet een paar die toevallig een beetje gezellig rondzwieren, maar hele zwermen die direct tot de aanval overgaan. Tja. Gietende regen, verlaten heidevelden: dan heb je snel honger, als steekvlieg.
Soppend, mopperend en snel krentenbollen naar binnen werkend – dan heb je tenminste je handen vrij om die vliegen weg te slaan – lopen we in soldatenmars van het ene blauwe paaltje naar het andere. Dertig minuten? Die twee kilometer doen we in een kwartiertje, geen probleem. Het adembenemende uitzicht trekt adembenemend snel aan ons voorbij.
Terug bij de fietsen gekomen is er nog een keuze te maken: blijven we hier even onder dit afdakje wachten tot het wat minder hard regent of trekken we direct een ferm sprintje naar huis? Laten we dat laatste maar doen. “Natter kunnen we toch niet worden.”
Oh ja hoor, dat kan best. Doorweekt en verkleumd komen we zo’n drie kwartier later weer bij onze trekkershut aan. En terwijl we ons binnen omkleden begint buiten de zon te schijnen.
Tiago vat het uitstapje nog even samen. “Wie is het met mij eens, dat het ondanks de regen, toch een heel gezellige dag was?”
Natuurlijk heeft hij gelijk. Maar op dit moment heb ik even geen zin om dat toe te geven.
Berichten
Joh ben jij op vakantie? Dat heb je me niet verteld. Maar niet naar de uiteinden der aarde begrijp ik (zie goedgelovig)
Nee, gewoon ergens midden in Nederland. Wel met alle uiteinden der weertypes.
“Prachtig weer vandaag!
Zullen we …
(flits) (rommeldebommel) (kletter)
… video gaan kijken?”